Uit de sportmagazines

Checklist voor je lange duurloop

Running.be 1 day 36 min ago
Met dit handige afvinklijstje vertrek je goed voorbereid op je lange duurloop!

Marathon: Trainen van de vetverbranding

Prorun.nl 1 day 3 hours ago

Aan het eind van een hele marathon zijn je koolhydraatvoorraden zo goed als op. Hoe bereid je je daarop voor? Als je koolhydraatvoorraden laag zijn en de vetverbranding hoog is?

In dit artikel beantwoord Paul Oude Vrielink deze vraag.

Eerst onderzoek ik hoe de vetverbranding in elkaar zit, en wat dit betekent voor de marathontraining. Vervolgens licht ik toe hoe we dit systeem maximaal kunnen trainen zodat het beter werkt in de marathon. Hierbij kijk ik ook naar nieuwe trainingsbenaderingen zoals “train-low-perform-high”.

Hoe verloopt de vetverbranding tijdens een marathon?

De energie die nodig is bij het lopen van een marathon komt voornamelijk van koolhydraten en vetten. Vlak na de start worden er relatief veel koolhydraten verbrand. Gaandeweg de marathon neemt het aandeel vetten in de verbranding steeds meer toe. Het is overigens niet zo dat op een bepaald moment ‘het lichaam overschakelt’ op vetverbranding: het is een glijdende schaal.

Hoe dan ook, rond de 30 kilometer is de hoeveelheid koolhydraten in de spieren laag, en moeten er veel vetten worden verbrand om aan de energiebehoefte te kunnen voldoen. Als trainer wil ik weten hoe ik de atleet kan voorbereiden op die situatie. Hoe kan ik deze vetverbranding optimaal trainen? Laten we eerst bekijken wat de karakteristieken van deze marathon-vetverbranding zijn.

Het volgende plaatje is belangrijk (uit [1]):

Deze figuur geeft aan dat er twee soorten vet worden verbrand: vrije vetzuren (Plasma fatty acids) die uit onderhuids vet komen en waar we grote voorraad van hebben, en intramusculair vet ( Intramuscular triacylglycerols) dat binnen de spieren aanwezig is.

Verder is te zien dat op lage intensiteit (wandelen, 25% vO2max) er vrijwel geen intramusculair vet wordt gebruikt maar op rustige duurloopsnelheid en harder (65-85% vO2max) juist wel. Ter indicatie, de 65% VO2max intensiteit is voor een 3.00 uur marathonloper ca 11.5 km/uur en voor een 4.00 loper ca 9 km/uur. Er is ook te zien dat op marathonsnelheid (iets lager dan 85% v02max) nog altijd veel vet wordt verbrand. Op die snelheid komt overigens zo’n tweederde van de energie uit koolhydraten.

Deze metingen zijn 30 minuten na aanvang van de training gedaan. Als er langer wordt gelopen, neemt de hoeveelheid vrije vetzuren in het bloed toe. In de volgende figuur (uit [1]) is te zien dat het percentage verbruikt vet gedurende 240 minuten steeds verder stijgt, of je nu getraind bent of niet.

Kortom: vetten zijn in de marathon een belangrijke energiebron. Vooral in het laatste deel van de marathon (als de koolhydraatvoorraden bijna op zijn) is het kunnen verbranden van vetten erg belangrijk.

Bekende vetverbrandingstrainingen: werken ze?

• Rustige duurlopen:  zodra de duurloop langer dan een half uur duurt, wordt de vetverbranding al goed gestimuleerd. Een rustige loop van ruim anderhalf uur verbrandt behoorlijke hoeveelheden vetten. Overigens wordt het vetverbrandingssysteem niet maximaal belast omdat er bij dreigend energietekort nog altijd koolhydraten voorhanden zijn.

• Ochtendloopjes op de nuchtere maag: een iets sterker effect op de vetverbranding omdat de koolhydraatvoorraden in lever (en spieren) wat lager zijn

• Zeer lange duurlopen: hiermee worden veel vetten verbrand, en, belangrijker, het vetverbrandingssysteem wordt (vanwege uitputting koolhydraatvoorraden) aan het eind WEL zwaar belast.

Betere trainingen: train-low varianten

Bij de rustige niet te lange duurlopen en ochtendloopjes wordt het vetverbrandingssysteem wel belast, maar het wordt niet maximaal onder druk gezet. Immers, zodra er energietekort dreigt zijn er nog altijd de koolhydraten. Dit is te ondervangen door heel lange duurlopen te doen, maar het nadeel hiervan is dat deze behoorlijk belastend zijn. Om op een efficiënte wijze toch het vetverbrandingssysteem maximaal te belasten is het volgende trainingsidee bedacht: “zorg op een slimme – niet belastende – manier voor een laag koolhydratenniveau in de spieren, train daarna op redelijke intensiteit”. Hierdoor train je met maximale belasting van de vetverbranding.

Dit trainingsidee wordt ook wel aangeduid met ‘train-low-perform-high’. Er is de afgelopen jaren onderzoek verricht, dat deels ook op ProRun is toegelicht. Belangrijkste conclusie uit dat onderzoek is dat het trainen met lage koolhydraatvoorraden leidt tot sterkere aanpassingen in de spieren en een betere geschiktheid om veel vet te verbranden (vergeleken met trainen met hogere koolhydraatvoorraden).

De belangrijkste methoden om te trainen met een laag koolhydraatniveau in de spieren:

  • 1. Voeding met laag koolhydraatpercentage nemen: door de voeding aan te passen zodat een (zeer) klein deel van de energie uit koolhydraten komt, wordt tijdens alle training de vetverbranding zwaar belast. Als dit in extreme mate, of lang, wordt volgehouden, komt men in ketose: keton-verbranding. Deze methode wordt op dit moment gepropageerd door Tim Noakes (google bijvoorbeeld op ‘Banting Diet’), en was de levensstijl der Eskimo’s, die dagenlange trektochten op voornamelijk vet ondernamen.
  • 2. Heel veel trainen: als je bijvoorbeeld 160 kilometer per week traint, dan is je koolhydraatvoorraad in spieren op veel trainingsmomenten in de week vrij laag. Wellicht is dit een reden dat veel, meestal twee keer per dag trainen zo goed werkt (als je er tegen kan…).
  • 3. Gedoseerd, weinig koolhydraten eten: op bepaalde momenten in de trainingsweek weinig tot geen koolhydraten aanvullen, daarna trainingen uitvoeren met een zeer lage koolhydraatvoorraad. Op andere momenten in de trainingsweek met gewone tot hoge voorraden trainen.

Methode 1 heeft als resultaat dat de vetverbranding verbetert maar tegelijkertijd de koolhydraatverbranding verslechtert omdat je die niet maximaal traint. Zodoende blijk je bij wedstrijden niet altijd beter te presteren.

 Methode 2 werkt goed maar is zeer belastend en is voornamelijk voor topatleten bedoeld. Een variant op methode 2 is beschreven in [3], waarbij men atleten twee keer per dag om de dag versus dagelijks liet trainen. De twee keer per dag groep ging sneller vooruit, omdat koolhydraatreserve tijdens tweede training lager was..

Methode 3 is mooi beschreven door Trent Stellingwerff, waarbij hij drie topmarathonlopers begeleidt, zie [4] en [5], die af en toe ‘laag’ trainen en die alle drie hun PR flink verbeteren. Zijn quote “”We’re able to mimic the demands in the last twenty-five percent of the marathon…without having to run twenty-six miles.”. Ofwel: we kunnen de vereisten voor de laatste marathonkilometers trainen zonder de hele marathon te hoeven lopen. Lees hierover meer in zijn casestudy. Ook Steve Magness, in zijn artikel in Runnersworld noemt deze methode en geeft aan dat dit werkt. In de enkele onderzoeken die gedaan zijn m.b.t. deze methode, wordt overigens niet altijd een duidelijk voordeel gevonden. Dit komt m.i. omdat in deze onderzoeken na een trainingsperiode een niet-passende test, zoals een 20 kilometer tijdrit, werd gedaan om resultaat te meten. Als men een duurtest had gedaan (zoals: hoelang kan een marathontempo worden volgehouden) zouden de resultaten m.i. veel duidelijker zijn.

Conclusie: de “gedoseerd laag” aanpak is veelbelovend en kan een mooie methode zijn om trainingsresultaten te halen die anders alleen weggelegd zijn voor atleten die heel erg veel kunnen trainen.

Trainingsvoorstel voor de marathon

Allereerst: het blijkt uit onderzoek dat er een enorm verschil kan zijn in vetverbranding tussen getrainden en relatief ongetrainden. Daarom is onderstaand voorstel NIET van toepassing voor beginners en voor hen die hun ‘vetmotor’ nog niet voldoende hebben ontwikkeld met gewone rustige lange duurlopen. “de vetmotor moet wel bestaan om hem te kunnen verbeteren”. Verder is het aan te bevelen om dit in samenspraak met een trainer uit te voeren, zodat er reflectie en aanpassing mogelijk is. Ook wordt in de studies een aantal van ca 4x in een marathonvoorbereiding genoemd.

Voorstel: doe, bijvoorbeeld op een zaterdag, de volgende training/voeding acties:

o ’s ochtends ontbijt met weinig koolhydraten (max 20 gram) en wat koffie en bijvoorbeeld eieren met spek, daarna in de ochtend 80 a 100 minuten op redelijke intensiteit hardlopen (70%); daarna een maaltijd met weinig/geen koolhydraten (max 50 gram), wel eiwit/vet.

o Train-low fase: middagtraining waarbij weinig koolhydraten in de benen zitten, en vrij hard wordt gelopen, om de vetverbranding maximaal onder druk te zetten. Doe hierbij bijvoorbeeld: inlopen, 2×4000 meter op marathontempo, uitlopen, of: inlopen, 6×1000 meter op marathontempo of iets sneller, uitlopen.

De tweede training mag lastig zijn, maar mag niet geforceerd gaan. Als het marathontempo niet meer kan worden volgehouden is de prikkel zwaar genoeg geweest. Na de laatste training mag je weer normaal eten en de koolhydraten goed aanvullen.

Paul Oude Vrielink

Referenties:

[1] “Lipid metabolism during endurance exercise”, Horowitz e.a.

[2] “Regulation of endogenous fat and carbohydrate metabolism in relation to exercise intensity and duration”, Romijn e.a.

[3] “Skeletal muscle adaptation: training twice every second day vs. training once daily”, Hansen e.a.

[4] “Case Study: Nutrition and Training Periodization in Three Elite Marathon Runners”, Stellingwerff e.a.

[5] “Decreased PDH activation and glycogenolysis during exercise following fat adaptation with carbohydrate restoration. Am J. Physiol Endocrinol Metab 2006 (290): p 380-388”, Stellingwerff e.a.

The post Marathon: Trainen van de vetverbranding appeared first on ProRun.

Hoe loop je door als je eigenlijk wilt stoppen?

Prorun.nl 1 day 4 hours ago

Iedere duurloper heeft er wel eens mee te maken: vermoeidheid én verveling. Op die momenten kan het lijken alsof er nooit een einde komt aan die lange training. Dat gevoel hoort er een beetje bij, in ieder geval af en toe, maar natuurlijk probeer je dat wel te voorkomen.

En daar zijn best een aantal manieren voor!

Zo kan het bijvoorbeeld heel goed helpen om met muziek te gaan lopen. Uit recentelijk onderzoek is gebleken dat het luisteren naar muziek je loopprestaties met ongeveer vijftien procent kan verbeteren. Niet alleen ideaal wanneer je jouw persoonlijk record probeert te verbeteren, maar net zo handig wanneer je ‘gewoon’ de vermoeidheid en verveling probeert tegen te gaan.

Een goede tip: loop de eerste helft van je training of wedstrijd zónder muziek en doe je koptelefoon pas op wanneer je het idee krijgt dat het saai begint te worden. Dan heb je er het meeste profijt van.

Ademhaling

Daarnaast kan het je heel erg helpen om tijdens het lopen goed op je ademhaling te letten. Wanneer je daar bewust mee bezig bent, zal je minder snel verveeld raken omdat je ‘iets’ te doen hebt. Tegelijkertijd is een rustige ademhaling natuurlijk cruciaal voor een betere prestatie. Een win-winsituatie dus.

Het kan je tegelijkertijd helpen om minder te letten op wáár en op hoe lang je al aan het lopen bent. Met andere woorden: probeer eens iets minder op je horloge te kijken en loop vooral op gevoel. Kijk om je heen, geniet van de omgeving en je ziet vanzelf wel waar je training eindigt. Tel de vogels die je tegenkomt, probeer in te schatten hoe hoog de bomen zijn die je passeert of ontdek zoveel mogelijk omgevingsgeluiden. Gegarandeerd (meer) plezier!

Pijn

Iedere loper zal een keer – of dat nu tijdens een training of een wedstrijd is – pijn ervaren. Probeer op dat moment zo snel mogelijk te achterhalen of het om lichamelijke of geestelijke pijn gaat. Bij lichamelijke pijn is het namelijk verstandig om te stoppen, voordat je eventuele blessures oploopt of ze misschien zelfs erger maakt. Gaat het om geestelijke ‘pijn’? Probeer je gedachten dan eens te verzetten en te kijken hoe sterk jij mentaal bent. Lukt het om nog een kilometer door te lopen? Twee kilometer misschien zelfs? Probeer een mentale uitdaging te zoeken en doorbreek dat dode punt. Op een gegeven moment zal het bekende ‘lopersstofje’ Endorfine zijn werk gaan doen en kun je er weer tegenaan.

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, is het goed om alles in perspectief te blijven zien. In ieder geval wel tijdens een training. Laat je nooit ontmoedigen door gedachtes als ‘hoe houd ik dit nog 10 kilometer vol’. Je bent tenslotte nog aan het trainen en hebt nog weken, zo niet maanden te gaan voor die belangrijke wedstrijd. Plan niet te ver vooruit en bekijk je progressie training voor training!

The post Hoe loop je door als je eigenlijk wilt stoppen? appeared first on ProRun.

5 etiquetteregels voor lopers

Running.be 2 days 46 min ago
Niet alleen op restaurant bestaan er etiquetteregels. Ook voor lopers gelden er een aantal "ongeschreven wetten" op training of tijdens een wedstrijd. Lees ze goed!

Recept voor na het lopen: zalm met zoete aardappel uit de oven

Running.be 2 days 1 hour ago
Het is belangrijk om na het lopen goed te eten. Dit eenvoudige en lekkere gerecht helpt je lichaam om snel te herstellen na een training of wedstrijd. Easy does it!

Wat loopt zuiniger? Een hogere cadans of grotere paslengte?

Prorun.nl 2 days 3 hours ago
In onze vorige artikelen op ProRun hadden we het over de 4 belangrijke loopparameters die we met onze hardloophorloges meten en met elkaar worden omschreven als de ‘Running Dynamics’: • de paslengte (in meters) • de pasfrequentie of cadans (het aantal passen per minuut) • de grondcontacttijd of GCT (in milliseconden) • de verticale beweging of oscillatie (dit is de op en neergaande beweging van je bovenlichaam in  centimeters) Omdat je snelheid bepaald wordt door het product van paslengte en cadans, betekent dit dat je naar keuze de paslengte of de cadans kunt vergroten om een bepaalde snelheid te bereiken. In de praktijk heeft de ene loper meer de neiging om zijn paslengte te vergroten, terwijl andere lopers makkelijker hun cadans vergroten. Ook zit er bij veel lopers meer rek in het vergroten van de paslengte dan in het verhogen van de cadans. Er zijn ook grote verschillen tussen lopers onderling. Maar wat is nu het beste? En wat is efficiënter, bij welke pasgrootte loop je het zuinigst? Daar gaan we in dit artikel nader op in. Het Hardloopmodel We hebben laten zien wat de samenhang van paslengte en cadans is en hoe je deze kunt ontrafelen in zweeflengte in je pas en de verticale beweging in je pas. Met ons hardloopmodel kunnen we theoretisch rekenen aan alle aspecten en dan blijkt: • Het verticale energieverbruik stijgt niet of nauwelijks bij hogere snelheden! Dit komt omdat de hogere zweefhoogte wordt gecompenseerd door de grotere zweeflengte. • Het verticale energieverbruik is duidelijk lager bij hogere waarden van de cadans. Dit komt omdat de zweefhoogte dan minder is. De verklaring hiervoor is weer dat de zweefhoogte kwadratisch afhankelijk is van de zweeftijd en de zweeflengte lineair afhankelijk. De grafieken bevestigen deze verbanden en conclusies. Volgens deze berekeningen is het dus het meest energiezuinig om met een hoge cadans te lopen! We moeten hierbij nog wel de kanttekening maken dat we nog geen rekening gehouden hebben met het energieverbruik van de pendelbeweging van je benen tijdens het lopen. Omdat bij een hogere cadans extra energie nodig zal zijn voor deze pendelbeweging zal dit aspect het beeld enigszins beïnvloeden. Overigens hebben we ook nog geen rekening gehouden met de energierecovery door de veerwerking van de achillespees en de voetboog. De veerwerking van de schoenen kan hier ook aan bijdragen. Wat is nu de conclusie? Om een hoge snelheid te bereiken heb je in theorie de keuze tussen het vergroten van je paslengte en het verhogen van je cadans. Het blijkt dat het verhogen van je cadans energiezuiniger is dan het vergroten van je paslengte. Dit sluit aan bij de ervaring van veel lopers en coaches dat veel aandacht besteed moet worden aan het verhogen van de cadans. Het verhogen van je cadans kun je ook makkelijker trainen en het risico’s op blessures is minder. In de praktijk zullen vele lopers zowel hun paslengte als hun cadans willen verhogen om zo snel mogelijk te lopen. Een grote paslengte heeft zonneklaar grote voordelen, want het valt niet mee om je natuurlijke cadans in de praktijk met meer dan 10 – 15% te verhogen. Iemand met een natuurlijke cadans van 160 ppm zal in de wedstrijd met 180 ppm al moeite hebben. Je paslengte kun je daarentegen wel met 50% of meer vergroten. Iemand met een natuurlijke paslengte van 1 meter (in de training) kan in de wedstrijd wel 1,50 meter halen (als die wedstrijd niet te lang is). De conclusie is dus dat ook het vergroten van je paslengte een zeer belangrijk doel van je training zou moeten zijn. Het probleem is echter dat het in de praktijk niet meevalt om een grote paslengte ook gedurende langere tijd vol te houden. Dit vergt kracht en uithoudingsvermogen. Bij de meeste lopers daalt de paslengte aanzienlijk naarmate de afstand toeneemt. Het is niet echt duidelijk wat de beste trainingsstrategie is om je paslengte te vergroten. Diverse middelen worden hiervoor genoemd: krachttraining, heuveltraining, intervaltraining, sprongtrainingen (plyometrics) en het lopen van baanwedstrijden over kortere afstanden. Waarschijnlijk zijn alle trainingsvormen van belang en dienen ze gedurende langere tijd gestructureerd volgehouden te worden om effect te sorteren. Hier past wel een waarschuwing: ga vanwege het risico op blessures niet al te fanatiek je paslengte vergroten. De weg der geleidelijkheid is ook in dit opzicht de beste! Deze theoretische berekeningen zijn belangrijk voor het inzicht wat je moet verbeteren om efficiënter te lopen en daardoor betere hardloopprestaties neer te zetten. We beloven binnenkort met de resultaten van wetenschappelijk gefundeerd nieuw praktijkonderzoek over deze aspecten te komen op ProRun.

The post Wat loopt zuiniger? Een hogere cadans of grotere paslengte? appeared first on ProRun.

Wat is de langste afstand die je hebt gelopen?

Prorun.nl 3 days 3 hours ago
Let op: Er is staat een poll in dit bericht, ga naar onze website om hier aan deel te nemen.

The post Wat is de langste afstand die je hebt gelopen? appeared first on ProRun.

8 punten om af te vinken vóór je lange duurloop

Prorun.nl 4 days 3 hours ago
Zo, klaar voor een fijne stevige duurloop? Dan is dit een handige checklist voordat je gaat lopen. 1 – Goed drinken Het maakt zeker uit of je training een duurloopje is of een lange duurloop. Maak je er echt een stevige training van dan kun je maar beter de dag van tevoren beginnen met drinken. Je ziet het goed, je voorbereiding voor de lange of de lange en intensieve training begint 24 uur eerder. Drink in ieder geval 2 liter water de dag ervoor. Op de dag zelf is het een geval van goed luisteren naar je lichaam. Teveel water is niet goed. Er zijn gevallen van overlijden bekend omdat in een kort tijdsbestek, enkele uren, meerdere liters water werden gedronken. Vocht heb je nodig als hardloper maar pas op dat je niet teveel in een korte tijd drinkt. 2 – Check je kleding en schoenen Niets zo vervelend als je goed getimed op weg wil maar je mist je fijne trainingsshirt. Of je kunt je trailschoenen niet vinden en laat je die nu net nodig hebben. Check even de dag voor je training hoe het zit met schoenen, broek, pet, maar ook je gadgets. Heel fijn als je sporthorloge is opgeladen. Anders krijg je halverwege dat piepje dat de batterij er mee gaat ophouden. Net als jij je kilometertijden goed wil vastleggen. 3 – Zondag of toch zaterdag? Sleuteltrainingen zijn het. Die lange of intensieve trainingen die je echt weer een stap hoger brengen. Je weet ook dat die trainingen vermoeiend zijn. Het weekend is favoriet om te trainen. Zal je maandag last hebben van de training van zondag? Misschien kun je dan beter switchen naar de zaterdag. Kun je zondag lekker bijkomen en ben je maandag weer fris op je werk. 4 – “Ik moet door” Zeker bij de lange trainingen moet je het ego even uitschakelen aan het begin. Loop gewoon die eerste 2 tot 3 kilometer in. Snelheid is niet belangrijk. Je hoeft echt niet meteen weg te sprinten. Als je er goed in zit, dan mag dat stemmetje dat roept om snelheid weer wat ruimte krijgen. Met een rustige opbouw boek je meer rendement in je training. Je houdt een goed gevoel over aan deze training. 5 – Stress weg rendement hoog Steeds vaker zie je bij trainers dat ze er voor zorgen dat hun lopers geen stress ervaren. No worries. Zonder zorgen een training ingaan maakt dat je makkelijk loopt. Het leegmaken van je hoofd in de training gaat ook een stuk sneller. Dat is nu net wat heel veel lopers zo lekker vinden aan hardlopen. Abdi Nageeye vertelde bij de presentatie van de atleten de vrijdag voor de Rotterdam marathon dat Nederlandse lopers altijd stress hebben. Zelfs bij trainingen in de ochtend in Nederland moet het schema klaar liggen. “Relax, ik ben net wakker,” liet de atleet weten die twee dagen later de snelste Nederlander ooit in Rotterdam werd. 6 – De blaar Dat was toch voor de liefhebbers van de hardloopsport een vervelend moment. Je ziet Choukoud uitstappen na 30 kilometer in de Rotterdam marathon van 2017. Nu is het een sporthistorisch moment geworden want een blaar door relatief nieuwe schoenen bleek de oorzaak. Ga je echt ver, bedenk dan ook of je blaren krijgt, of schuurplekken door kleding. Niet fijn om met pijn en rode plekken rond te lopen. Een paar voorzorgsmaatregelen doen wonderen. 7 – Lach Vertrek met een lach op je gezicht. Van leuke dingen ga je lachen maar het werkt ook andersom. De lach maakt je ontspannen en open. Je zal vanaf het begin genieten van je training. 8 – De beloning Ook al heb je geen professionele coach, je mag wel even tegen jezelf zeggen “goed gedaan, weer een stap verder”. Een beloning mag dan wel. Dat kan iets lekkers zijn. Misschien spreek je met jezelf wel af dat als een speciale training goed gaat je daarna inschrijft voor een mooie wedstrijd. Dat is toch zeker een mooie beloning. Daar ga je goed van trainen.

The post 8 punten om af te vinken vóór je lange duurloop appeared first on ProRun.

Loop dwars door de Gentse binnenstad tijdens de Sofico Gent Marathon

Running.be 4 days 18 hours ago
Vandaag werd het nieuwe parcours van de Sofico Gent Marathon voorgesteld. Voor de eerste keer in de geschiedenis van de Gent Marathon zal het parcours door de kunsthistorische binnenstad van Gent lopen!

Toppers Kipchoge en Bekele tegen elkaar in marathon van Londen

Prorun.nl 4 days 20 hours ago

Op 26 april strijden de twee snelste marathonlopers ter wereld tegen elkaar in Londen. Het is de organisatie gelukt om zowel wereldrecordhouder Eliud Kipchoge (2:01:39) als Kenenisa Bekele (2.01.41) aan de start te krijgen. Bekele won met zijn snelle tijd in september de marathon van Berlijn, waar hij slechts 2 seconden moest toegeven op het wereldrecord van Kipchoge.

Vorig jaar was Londen de enige (officiële) marathon waar Kipchoge aan meedeed en snelde naar een parcoursrecord van 2:02:37. Hierna richtte de Keniaan zich volledig op zijn doel om de marathon onder de 2 uur te lopen in de Ineos 1:59 Challenge. Onder optimale omstandigheden, met onder meer 41 hazen, slaagde hij in zijn poging. Zijn tijd van 1:59:40 wordt niet erkend als wereldrecord.

Naast de nummer 1 en 2 van de wereld hebben ook Mosinet Geremew, Mule Wasihun en Shura Kitata hun deelname toegezegd. Het trio uit Ethiopië eindigde vorig jaar op plek 2,3 en 4 in de marathon van Londen.

Het zal er dus ongetwijfeld hard aan toegaan op 26 april in de Engelse hoofdstad.

Wordt Londen de eerste stadsmarathon waar onder de 2 uur wordt gelopen?

The post Toppers Kipchoge en Bekele tegen elkaar in marathon van Londen appeared first on ProRun.

Pages